Organisten

 
 
Kees Hoeksma            Erik Nijzink         Irma Zuur-Mennen
 
Kennismaking met Kees Hoeksma
hoeksma 176x220 q80 De vraag om iets over mezelf te schrijven als organist vind ik eigenlijk best moeilijk. Wat je drijft en hoe je er mee bezig bent is lastig. Wat moet je schrijven over je drijfveren zonder dat dat direct zo 'opgeklopt'overkomt. Ik ervaar het als iets wat in je zit: de liefde voor het instrument, genieten van het vormgeven van goede kerk muziek en al helemaal tijdens het zingen en begeleiden, waar alles bij elkaar komt. Dan voel je dingen en ervaar je gevoelens, die niet makkelijk zwart op wit met woorden op papier te zetten zijn. Het blijft in dit stukje daarom toch maar grotendeels bij een opschrijven hoe het gekomen is en, niet in alle details, wat er in de afgelopen vele jaren met mij is gebeurd op dit vlak.

De kinderen Hoeksma moesten allemaal leren orgelspelen op het harmonium. Ik dus ook. We moesten de psalmen kunnen spelen uit de bundel van Worp en de liederen van Johan de Heer.

Ik kreeg les van één van de twee plaatselijke organisten en mocht al snel met hem mee naar het kerkorgel als hij moest spelen. Wat er gespeeld moest worden kregen we in die tijd aangereikt door de koster, ongeveer 10 minuten voordat de dienst begon als we naar boven naar het orgel gingen. Alles op een heel klein briefje, het zgn. orgelbriefje. Mijn leraar speelde dan de eerste helft van de dienst en het jongetje Hoeksma de tweede helft. 't Was allemaal eigenlijk niet zo moeilijk. Men zong daar isoritmisch (op hele noten), erg massaal, vooral niet snel en ik denk dat men ook wel door zou zingen als het niet goed zou zijn gegaan.

Mijn eerste dienst die ik in die grote kerk alleen speelde was op 12 jarige leeftijd. Gewoon omdat mijn leraar bij de bevalling moest zijn van zijn vrouw. Op die morgen werd hun eerste kind geboren. De andere organist was telefonisch niet bereikbaar en kon bovendien nooit op tijd met de fiets in de kerk zijn. 't Ja zo ging dat toen.

Ik was de enige in huize Hoeksma, die er lol in had, altijd lessen bleef nemen en doorging met spelen. Ik verdiende destijds een paar gulden per week met het schoonmaken van een werkplaats en huurde van dat geld een pedaalharmonium, zodat ik wat verder kon komen.

Het voert hier te ver om alle baantjes als organist op te sommen. Die liepen van invaller tijdens ziekte van enig organist tot bespeler van 'orgels' tijdens stichtelijke bijeenkomsten in zaaltjes, zelfs was ik dirigent van een groepje zangers en zangeressen en begeleider tijdens rouw- en trouwdiensten. Ik laat dat verder en pak maar de grote brokken er uit.

In 1972 verhuisden we naar Bovenkarspel en zat ik na één kerkdienst aldaar op de orgelbank en ben er nooit meer van af gekomen. Het was de tijd van het nieuwe liedboek. In die tijd was daar geen cantorij of koor en zo heb ik daar, niet geschoold en niet erg bedreven in het aanleren van nieuwe liederen, dit aanleren gerealiseerd door gebruik te maken van de grammofoon: laten horen van het betreffende lied en dan met elkaar nazingen. Ook dat had wel wat. Al snel heb ik daar toen een kerkkoor opgericht en onder leiding van een professioneel dirigent ging het allemaal wat makkelijker.

Ook ging ik in die tijd naar de Oude Kerk in Amsterdam waar we geschoold werden als kerkmusicus door Willem Vogel, Han Hogewout en dr. Van Beuskom, resp. cantor, organist en voorganger van de Oude Kerk aldaar. We werden ingewijd in de geheimen van de kerkmuziek, orgelbouw en liturgie. Het waren geweldige bijeenkomsten. Ik denk daar nog met heel veel plezier aan terug. Door o.a. die lessen ging voor mij de wereld van de kerkmuziek en liturgie open.

Na mijn verhuizing naar Hoogeveen heb ik de cursus Kerkmusicus Bevoegdheid III gevolgd in Assen. Daar waren Nico Verrips, Stef Tuinstra en ds Vrijdlandt de docenten. Als organist was ik in die tijd werkzaam in Hoogeveen en later ook in Coevorden naast Henk Plasman, bij wie ik tot heden nog steeds zeer regelmatig lessen volg.

Sinds 1992 ben ik als organist in Oosterhesselen werkzaam. Met veel plezier bespeel ik het schitterend gerestaureerde Van Dam orgel.

Het spelen geeft mij tot heden veel voldoening, ondanks dat voor elke dienst hard moet worden gewerkt: uitzoeken welke begeleidingen, welke literatuur past bij die zondagse dienst en vervolgens zorgen dat het op de juiste wijze wordt gespeeld. Al dat werk vraagt veel meer uren dan alleen maar die ene eredienst op zondagmorgen, maar dat is het meer dan waard.

Kennismaking met Erik Nijzink
nijzink 250x220 q801 Even voorstellen: ik ben Erik Nijzink, geboren in 1981, en woon met mijn vrouw Jacoba en zoon Florian in Hardenberg. In het dagelijks leven werk ik op de afdeling Financiën & Control van Baalderborg Groep, een zorginstelling voor gehandicaptenzorg en ouderenzorg. Sinds juli 2011 ben ik als organist actief in de hervormde kerk in Oosterhesselen. Naast Oosterhesselen ben ik actief als organist in Hardenberg (Hoftekerk en Stephanuskerk). Daarnaast ben ik nog regelmatig actief in de kerken in Aalden en Zweeloo. Verder zing ik als bas bij Interkerkelijk koor Zevenmaal in Hardenberg.

Op mijn 12e ben ik begonnen met orgel spelen. Ik woonde toen nog in Aalden. We hadden thuis een electronisch orgel staan. Nadat mijn moeder haar pogingen om het orgel spelen (waarin ze eerder les had gehad) had gestaakt, wilden mijn ouders het orgel weer verkopen. Dat vond ik toen wel jammer; ik wilde het wel eens proberen. Mijn passie voor orgel kwam toen aan het licht. Met veel zelfstudie probeerde ik me orgelspelen aan te leren. Mijn latere collega-organist van de gereformeerde kerk in Aalden, Aaldert Renting, heeft me enkele beginselen zoals de kruizen en de mollen bijgebracht.

Op mijn 14e zijn we verhuisd naar Hardenberg. Vanaf dat moment heb ik vier jaar les gehad van Frank Kaman in Hardenberg. Daarna heb ik 11 jaar les gehad van Gijs van Schoonhoven. Hij is docent aan het ArtEZ Conservatorium in Enschede. Aan dit conservatorium heb ik vakken van de opleiding kerkmuziek gevolgd. Ik heb de opleiding niet afgerond, maar de meeste kernvakken wel met goed gevolg afgesloten. De opleiding kerkmuziek wordt vaak gevolg als "bijstudie" naast de hoofdstudie orgel. Ik heb het vak als "hoofdvak" gedaan, naast mijn toenmalige werk. Dat betekende: vier dagen per week werken, maandag overdag, maandagavond en dinsdagavond lessen volgen. Best pittig! Maar ik heb er veel van geleerd. De reden dat ik de opleiding niet heb afgerond is dat het op het conservatorium praktisch gezien niet mogelijk was om de opleiding in deeltijd te volgen. Om dit wel af te ronden zou ik "alles op alles" moeten zetten, zowel qua inspanning als financieel, terwijl er (zeker gezien de toenemende ontkerkelijking) geen droog brood in te verdienen is. Of nou ja... droog brood... Een erg klein stukje vers brood, laten we het daar op houden.

Na 11 jaar is het wel eens goed van docent te veranderen. Zodoende heb ik sinds 2010 eens per drie weken les van Sietze de Vries. De afgelopen twee jaar hebben de hoofdaccenten van de lessen gelegen in de renaissancemuziek, barokmuziek en improviseren.

Sinds 1996 ben ik actief als organist in kerkdiensten (inderdaad, na 2 jaar spelen en 1 jaar les). De eerste jaren had ik bijvoorbeeld geen benul welk tempo ik hanteerde bij een lied. Achteraf vraag ik me wel eens af wie nou wie heeft begeleid, ik als organist de gemeente of andersom... Ik wist wel zeker dat het begeleiden in kerkdiensten iets is wat ik graag wilde doen. Tijdens orgelles, door gesprekken met en tips van ander organisten en door het begeleiden van cantorijen en het koor Zevenmaal heb ik in de loop der jaren de nodige ervaring opgedaan.

Ik zie een kerkdienst als één geheel, waarin alle elementen (gesproken en gezongen) op elkaar afgestemd dienen te zijn. Als organist kan ik twee bijdragen leveren aan de dienst:
1) Zorgen dat een gemeente lekker kan zingen.
2) Dat het orgelspel is afgestemd op de inhoud van de dienst.

Zorgen dat een gemeente lekker kan zingen probeer ik allereerst door na te gaan na te gaan wat volgens mij het geschikte tempo is om het lied in te zingen. Dat tempo probeer je vol te houden tijdens een voorspel van een lied en in het lied zelf. Daarnaast probeer je verschillende woordaccenten te benadrukken (bijvoorbeeld een komma in de tekst laten horen door de vingers even van de toetsen op te tillen). Door de klankkleur en de sterkte probeer je een accent te leggen op de inhoud van de tekst. Consequent en duidelijk zijn vind ik belangrijk bij het begeleiden.

Ik voel me in Oosterhesselen als een vis in het water. Het knusse kerkgebouw, het orgel en haar klankkleuren spreken mij erg aan. De gemeente in Oosterhesselen zingt erg goed; enthousiast en pittig. De diensten zijn veelal één geheel waardoor ik het gevoel heb er een waardevolle bijdrage aan te mogen leveren. Dat geeft mij energie!

Kennismaking met Irma Zuur-Mennen
zuur 200x247 q801 Even voorstellen: Ik woon aan de Tramakker in Oosterhesselen, met echtgenoot Gertjan en onze kinderen Marjolein, Annemiek en Alexander. Van oorsprong ben ik een echte Groninger, geboren in 1965 bij de nonnen en opgegroeid in Stadskanaal. In de stad van d'Olle Grieze heb ik ook nog enkele jaren op kamers gewoond. Naast de muziek heb ik een andere hobby. Ik geef les in de Franse taal en cultuur bij de Alliance Française. Beide passies beoefen ik met veel voldoening.
Wat mijn opleiding betreft: Vroeger heb ik orgelles gehad. En ik leer nog elke dag bij. Voor de puntjes op de i volg ik momenteel orgellessen bij Ronald IJmker.
Inmiddels heb ik zo'n zes zondagen de toetsen van het mooie Van Damorgel mogen beroeren. Alhoewel ik nog niet veel dienstjaren heb, is dit wel de derde kerk waarin ik de gemeentezang met enige regelmaat mag begeleiden. Na Gees en Aalden dacht ik dat een nieuw orgel met andere registers wel even wennen zou zijn. Dat viel gelukkig reuze mee. De mensen zingen enthousiast en het is hemels spelen in dit idyllische kerkje, in een krantenartikel ooit eens de Sint-Pieter van Oosterhesselen genoemd.
Vele wegen leiden naar Rome... Inmiddels ben ik met enkele vertrouwd geraakt. Drie kerken zijn muzikaal interessant en theologisch verantwoord. Een gezegend mens voel ik mij dat ik mag proeven aan drie soorten erediensten met elk hun eigen uitleg van Schrift en liturgie. Allemaal mensen op zoek naar hetzelfde mysterie dat ons boeit en bindt.
Als organist ben je uiteraard dienstbaar aan de voorganger en de gemeente. Toch vind ik het belangrijk dat je ook als organist jezelf kunt zijn en daar horen uiteraard ook je eigen muziekvoorkeuren bij. De Oude Engelse kerkmuziek bekoort mij in al haar diversiteit. Een air, fuga, gavotte, hymne en uiteraard een pastorale. Verder houd ik van variaties over psalmen en gezangen. In alle toonsoorten die elk hun eigen charme hebben. Mineur of majeur, beide weerspiegelen de passende momenten in de eredienst en wellicht ook de gemoedstoestand van de organiste. Organist, raar woord eigenlijk. Daar werd ik me een poosje geleden van bewust toen iemand uit het AZC in Aalden mij vroeg naar de betekenis ervan. Een bespeler van het orgel dus, ook wel orgelist genoemd. Hopelijk mag ik nog veel erediensten begeleiden tot vreugde van de kerkgangers en à la Gloire de Dieu.